Reportage: De Vernietigingskampen
Nazi death camps 65 jaar later. Tekst en fotografie Olivier Willemsen
Op woensdag 27 januari 2010 is het vijfenzestig jaar geleden dat Auschwitz door het Rode Leger werd bevrijd. Jaarlijks staat men tijdens Holocaust Memorial Day, wereldwijd stil bij de slachtoffers van de Shoa en andere genociden. Talrijke prominenten, waaronder Premier Netanyahu van Israël, Bondskanselier Merkel en President Sarkozy, hebben toegezegd de herdenking hiervan in Auschwitz bij te wonen.
Binnen hun systeem van concentratiekampen ontwierpen de nazi’s zes gespecialiseerde vernietigingskampen, uitsluitend gericht op de uitroeiing van de Europese Joden en anderen die volgens het nazisme Lebens ohne Werte vertegenwoordigden. Deze moordfabrieken lagen vrijwel allen in het huidige Polen. Van het merendeel staat echter geen paal meer overeind. De nazi’s wisten hun sporen vakkundig uit. Op de voormalige horrorgronden herrezen onschuldige boerderijen. Bomen werden geplant waar een gaskamer had gestaan. Alleen Auschwitz en Majdanek zijn grotendeels intact gebleven. Toch heeft elk van deze plekken nog een verhaal te vertellen. De voormalige doodsfabrieken en massakerkhoven gaan nu, hartje winter, schuil onder een dikke laag sneeuw. Temperaturen dalen ’s nachts tot onder de min twintig. Auschwitz is het startpunt van een reis langs deze death camps.
Onder de rook van de stad Kraków ligt het dorp Oświęcim, beter bekend als Auschwitz, zoals de Duitsers het uitspraken. In de zomer van 1940 werd hier een handvol oude kazernes van het Poolse leger ingericht als gevangenis. Vooral criminelen en politieke tegenstanders van het naziregime werden er opgesloten. Deze locatie in het zuiden van het destijds bezette Polen, was niet lukraak gekozen: de transportfaciliteiten waren toereikend en het district herbergde veel waardevolle grondstoffen. Dit laatste trok al gauw de aandacht van Duitse industriëlen. Het fabriekswezen in combinatie met een goedkope, loodzware dwangarbeid zou een belangrijke rol gaan spelen in de exponentiële groei van Auschwitz. Het complex behelsde omstreeks 1943 liefst achtentwintig nevenkampen. De twee meest geduchte waren het Stammlager (de oude legerkazernes) en het nabijgelegen vernietigingskamp Birkenau.

Auschwitz Stammlager
De bakstenen gevangenissen van het Stammlager (ook wel Auschwitz I genoemd) hebben de oorlog overleefd. Het monumentale terrein is daarom nagenoeg intact te bezoeken. Om negen uur ‘s ochtends is er al veel beweging. Twee oude mannen in overall stoten sneeuw van een dak. Ze staan erbij op hun tenen. Een dame in een klaar-overhesje dirigeert touringcars naar de juiste parkeerplek. Museum Auschwitz I is begonnen aan een nieuwe werkdag. Binnen worden de eerste koptelefoons uitgedeeld, en gidsen verwelkomen groepen uit alle windstreken. De toegang is gratis, alleen het parkeren kost een paar zloty.
Boven de ingang van het kamp pronkt de bekende tekst “Arbeit Macht Frei” een initiatief van kampcommandant Rudolf Höss. De beruchte spreuk wordt vandaag driftig gefotografeerd. Een groep Italianen laat zich om de beurt portretteren met de gietijzeren tekst boven hun kleurrijke mutsen. Het oogt ongepast. Toch maakt vrijwel iedereen foto´s: van de besneeuwde galg, waar commandant Höss na de oorlog werd opgehangen, van de strafbunker, waar de nazi’s hun folteringen voltrokken, en van de gaskamer. Het museale kamp trok in 2009 een recordaantal bezoekers sinds het in 1947 toegankelijk werd voor het publiek: 1,3 miljoen. Veel van deze bezoekers koesteren een morbide fascinatie voor de gaskamer. Het is de hoofdattractie.

Auschwitz Stammlager
Deze betonnen ruimte is grauw en het is er steenkoud. Er is eigenlijk niets te zien, maar veel in te beelden. In een zijkamer bevinden zich twee crematieovens. Geschat wordt dat 60.000 mensen in dit vertrek de dood vonden. Een paar kilometer verderop stierven ruim een miljoen slachtoffers in de gaskamers van Birkenau.
De ‘Poort des Doods’ van Auschwitz Birkenau duikt geregeld op in films. Zoals in Schindler’s List, waarin een trein ‘s avonds tijdens sneeuwval arriveert, opgewacht door SS’ers met onrustig blaffende herdershonden. Ook deze ochtend is het langwerpige aankomstgebouw in gure nevel gehuld. De spoorrails ligt deels onder de sneeuw. Vanuit de wachttoren bovenin het gebouw staart men over een onwaarschijnlijke vlakte. De bakens van het moordkamp zijn - vanwege de mist, maar ook vanwege de omtrek - onzichtbaar. Het treinspoor beneden werd overigens pas de laatste actieve maanden van Birkenau gebruikt. Daarvoor kwamen de transporten allen aan op de ‘Judenrampe’, nabij het station van Oświęcim.

Birkenau: De Poort des Doods
De capaciteit van het Auschwitz I bleek na de zomer van 1941 niet toereikend meer. Daarom werd tussen de berkenbossen bij het plaatsje Brzezinka (Duits: Birkenau), een kamp gebouwd dat gestaag uitgroeide tot het centrale verzamelpunt voor de Endlösung. Vanuit heel Europa kwamen stampvolle wagons met veelal Joden en zigeuners (Roma en Sinti) aan op de Judenrampe. Meer dan de helft werd bij aankomst doorgestuurd naar de gaskamers van Birkenau. Net voor de bevrijding door het Rode Leger op 27 januari 1945 bliezen de nazi’s deze moordfabrieken op, maar ze waren te laat om het gehele kamp van de aardbodem te laten verdwijnen. Sommige gebouwen en barakken staan daarom nog als droefgeestige overblijfselen van het dagelijkse kampleven overeind. Van de meeste houten barakken zijn slechts de bakstenen schoorsteentjes bewaard gebleven. Ze steken uit de winterse vlakte omhoog. Als enkele toeristen een herdenkingssteen lezen naast een bevroren asvijver – de as uit crematoria werd in grote vijvers gedumpt – schiet plotseling een jong hert uit de bossen. Het diertje springt over de witte velden met daaronder de fundamenten van de barakken waar kleding, goederen en mensenhaar werd opgeslagen.
In het oosten van Polen ligt Belzec. Hier werden in 1942 meer dan een half miljoen mensen om het leven gebracht, in tien maanden tijd. Na deze misdaad werd het kamp met de grond gelijk gemaakt. Vernietigingskampen werden opgezet en afgebroken alsof het een expeditie betrof. Mede hierdoor zijn ze lang niet zo bekend als het vrijwel ongeschonden Auschwitz.
Belzec was de allereerste moordfabriek van Aktion Reinhard. Deze operatie had als hoofddoel de systematische uitroeiing van alle Poolse Joden. De naam was vermoedelijk een eerbetoon aan de door de Britten en Tsjechen geliquideerde nazileider Reinhard Heydrich, de ‘Slager van Praag’ – Adolf Hitlers gedoodverfde opvolger.
De meeste Joden uit de districten rondom Belzec werden naar dit kamp getransporteerd. Binnen gemiddeld twee uur tijd vonden zij daar de dood. In de tussentijd werden ze vaak nog geknipt, en moesten ze zich van kleding en bezittingen ontdoen. Een efficiënte logistiek die in latere kampen verder geperfectioneerd werd. Het tewerkgestelde Joodse Sonderkommando werd uiteindelijk bevolen om de lichamen in massagraven te slepen. In een later stadium zijn deze lijken opgegraven en gecremeerd om sporen uit te wissen. Tijdens archeologisch onderzoek, ruim tien jaar geleden, werden desondanks 33 graven met menselijke resten ontdekt.1

Monument Belzec
In de gaskamers van Belzec stierven complete gemeenschappen. De namen hiervan staan op het pad dat het huidige monument omzoomt. Ze gaan schuil onder de sneeuw. Een enkele plaats van herkomst is vluchtig zichtbaar gewreven. De gedenkplaats in Belzec dateert uit 2004 en is een gezamenlijk project van de Poolse regering en het Amerikaans-Joods comité. Naast een sneeuwschuivende beheerder en een meisje bij de receptie is het terrein verlaten. Het meisje legt uit dat het hier ’s winters altijd rustig is. Waar in Auschwitz vele bloemen bij de opgeblazen crematoria of barakken lagen en tientallen rode grafkaarsjes zacht brandden in de sneeuw, ligt hier enkel een verdwaalde roos. Dit kerkhof kent weinig of geen nabestaanden. Het nazisme heeft de meeste Joden uit Polen uitgeroeid. Vele bloedlijnen eindigden in de vernietigingskampen.
Op ongeveer 130 kilometer ten noorden van Belzec ligt de stad Lublin. Hier was het hoofdkwartier van Aktion Reinhard gevestigd. Het stadje is inmiddels flink gegroeid en heeft kamp Majdanek binnen haar stadsgrenzen gesloten. De oppervlakte van Majdanek is nog groter dan die van Birkenau. Het kamp is in nagenoeg originele staat achtergelaten. De huidige ligging - met woonhuizen en flats op de achtergrond - heeft daarom een vervreemdende uitwerking.
Majdanek deed ongeveer drie jaar dienst als concentratie- en vernietigingskamp. Het werd in 1941 geopend als gevangenis voor Russische krijgsgevangenen. Later werden hier veel geroofde goederen uit de andere doodskampen opgeslagen. Naar schatting 60.000 Joden stierven op deze plek. Over het totale aantal slachtoffers van dit kamp lopen de getallen sterk uiteen tussen de 80.000 en 250.000.
Het is de nazi´s hier niet gelukt om de gaskamers op te blazen. Integendeel, de Bad und Desinfektion-barakken zijn nog griezelig intact. Zelfs de koolmonoxideflessen staan er nog, alsof ze zo weer in bedrijf kunnen worden genomen. In een zijkamer staan ook de blikken met Zyklon-B-korrels opgestapeld. Deze pesticide was oorspronkelijk bedoeld voor ontluizing of om tyfus te bestrijden. Een luguber experiment in strafbunker 11 van Auschwitz Stammlager toonde aan dat het blauwzuur tevens een doeltreffend middel was voor massavernietiging. Majdanek en vooral Birkenau maakten o.a. gebruik van de Zyklon-B -korrels. Een SS’er met gasmasker opende een luik in het dak en liet de korrels neerdalen. De dood volgde enkele minuten later.

Majdanek
Vandaag loopt een groep Duitse schoolkinderen door de gruwelbarak. Een voor een staren ze de lege gaskamers in. Het plafond en de muren zijn inktblauw uitgeslagen van het Zyklon-B. Het lijkt alsof eenieder hier de adem inhoudt. Aan het einde van de middag staan bezoekers naast de ‘asheuvel’ van het crematorium te bidden. Ze staan op een meter van elkaar, roerloos. Het schemert en het sneeuwt licht. Een aantal jongeren heeft de Israëlische vlag als een cape over de rug geslagen.
De weg van het dorpje Sobibór naar de locatie van het gelijknamige vernietigingskamp, is lastig berijdbaar. Er is verse sneeuw gevallen en op deze vroege ochtend is er nog geen bandenspoor als ideale lijn. Buiten vriest het zeventien graden. Op een steenworp afstand ligt de grens met de Oekraïne. De donkere erehaag van dennen en oude berken bakent het witte wegdek af. If only these trees could talk. Tussen deze bomen door reden ze, de vrachtwagens van de nazi’s, hun mosgroene motoren met zijspan.

De weg naar Sobibór
Van Sobibór is net als Belzec nagenoeg niets meer over. Het aankomstperron met een doorroest wit stationsbord spreekt nog het meest tot de verbeelding. Halte Sobibór. Eindpunt van de reis. Bij het spoor zijn twee mannen met een tractor en boomstammen in de weer. Ze lijken verbaasd op dit tijdstip en in deze kou een bezoeker te zien. Parallel aan de in 1999 opgeheven spoorlijn staat het groene houten huis van de kampcommandant van Sobibór. De boswachter schijnt het nu te bewonen.

Sobibór, station
Na de legendarische opstand in 1943 waarbij de gevangenen hun bewakers vermoordden en door de afrastering braken, werd het kamp nog diezelfde dag met de grond gelijk gemaakt. Ook hier trachtten de nazi’s hun sporen uit te wissen. Dit blijkt deels mislukt. Tijdens opgravingen vond men diverse gebruiksvoorwerpen, en recentelijk ook delen van het menselijke gebit en een Nederlandse cent uit 1941. Of het geruchtmakende proces tegen de inmiddels 89 -jarige kampbeul, de Oekraïner John Demjanjuk, een bijdrage zal leveren aan de bewijzen voor de misdaden van Sobibor, moet blijken als er ooit een uitspraak in deze zaak komt.2 Geschat wordt dat er tussen de 150.000 en 250.000 mensen in Sobibór zijn vergast. Ruim 33.000 Joden uit Nederland kwamen hier om het leven.
Het meest dodelijke kamp voor de Poolse Joden was Treblinka II. Aangenomen wordt dat hier in nog geen anderhalf jaar tijd tussen de 700.000 en 900.000 Joden zijn vermoord. Het merendeel kwam uit de getto’s van Warschau en Bialystok. De nazi’s hadden bij de constructie van dit kamp lering getrokken uit hun ervaringen in Belzec en Sobibór.

Treblinka perron
Treblinka is een gehucht aan de spoorlijn tussen Warschau en Bialystok. Het vernietigingskamp lag een paar kilometer verderop in de bossen. De toegang tot het terrein is wat lastig te vinden. Nog in de oorlog is het van de aardbodem verdwenen. Na de ontmanteling werd hier een boerderij gebouwd waar een Oekraïense kampbewaker ging wonen. Zo kon de bevolking er aanvankelijk geen bodemonderzoek doen, iets wat later toch gebeurde. Volgens de overlevering hadden de nazi’s van Treblinka II (Treblinka I was een klein concentratiekamp en lag twee kilometer verderop) een namaakstation gemaakt met valse loketten en vertrektijden naar bijvoorbeeld Wenen en Berlijn. Ze wilden hun slachtoffers doen geloven dat ze in een goedaardig doorgangskamp waren aangekomen. Deze façade was onderdeel van het streven naar perfectie. De mensenvernietiging moest zo ordentelijk mogelijk verlopen.

Treblinka monument
Nu symboliseren grote stenen, een soort menhirs, de afbakening van het kamp. De spoorrails is weergegeven door granieten dwarsliggers. In deze wijde open vlakte steken duizenden rotsstenen uit de sneeuw. De namen of herkomst van de slachtoffers staan in deze stenen gegrift. Een oude traditie van het Joodse volk is om stenen te leggen op graven. Deze plaats mag nooit worden vergeten. Het massagraf van Treblinka is in graniet vereeuwigd. Op de vermoedelijke locatie van de gaskamers staat een indrukwekkende zuil met een uitgehakte menora bovenin.
Er is hier de hele middag geen mens te zien. Zelfs geen beheerder. Alleen wat afdrukken van oude voetstappen, opgevuld met een laagje verse sneeuw, verraden bezoek. Treblinka gaat de nacht in als een stille, gure dodenakker.
Chełmno. Het allereerste kamp waar gas werd ingezet voor massavernietiging. De nazi’s maakten hier gebruik van ‘gasvrachtwagens’. De uitlaatpijp werd gekoppeld aan een slang die in de laadruimte van de truck uitkwam. Deze moordmethode bleek een voorloper van de gaskamers waar mensen op grotere schaal werden omgebracht. Toch kwamen in Chełmno nabij de 150.000 mensen op deze wijze om het leven, voornamelijk Joden uit het getto van Lodz.
Het kamp bestond uit twee delen: het Schlosslager; een oud landhuis met de gaswagens, en het Waldlager; een locatie in het bos van Rzuwowski vier kilometer verderop. In het Waldlager werden de vergaste lichamen in massagraven gedumpt – in een later stadium werden, net als in Belzec, de lijken opgegraven en gecremeerd om de sporen van massamoord uit te wissen. De structuur van deze graven is immer zichtbaar. Een Davidster waakt erover. Tussen een paar dennenbomen met rijp op de takken torent bewegingloos de vlag van Israël uit.

Massagraven in het Waldlager
Vlak voor de ingang van het Schlosslager staat nu een stellage met petro- en butagas. De flessen worden er, macaber genoeg, verkocht.
De oppervlakte van dit 'kamp' is schrikbarend klein. Op een heuvel naast het terrein staat een imposante, witte kerk. Hier werden de slachtoffers tijdelijk ondergebracht als er geen plaats was in ‘het kasteel’. Dit landhuis, waarvan de fundamenten nog zichtbaar zijn, is op 7 april 1943 opgeblazen met een groep gevangenen erin.

Chełmno Schlosslager
In Chełmno staat nu een bescheiden museum niet veel groter dan een bouwkeet. In dit museum zijn voornamelijk opgegraven voorwerpen te zien: kinderspeelgoed, kammetjes, kralen, bedeltjes. Een oudere man beheert deze vondsten in een vitrine. Hij staat erop dat je het gastenboek tekent. Dat de mens tot zoiets in staat is gebleken, schreef de voorlaatste gast in het Engels. De datum erboven dateert van ruim twee weken geleden.
Olivier Willemsen
1 http://www.holocaustresearchproject.org/ar/modern/archreview.html
2 http://www.stichtingsobibor.nl/press/nederlands
|