Thanks

‘Mijn collega checkt over enkele minuten bij u in.’
Een medewerker van de Apple Store aan het Leidseplein vroeg me te wachten aan tafel drie, naast de sectie Personal Training, waar mens en aankoop onder begeleiding aan elkaar konden snuffelen.

Het interieur van de winkel kwam overeen met een ruimtevaartstation; lichtgevend, steriel en overal ingenieuze apparaten die zichzelf in demomodus op de tafels vermaakten. Ik was in de toekomst. Buiten vlogen de Jetsons voorbij.

Jongens en meiden in strakblauwe polo’s bewogen door de zaak. Soms leek het alsof ze daarbij heel even loskwamen van de grond. De Apple-filosofie. Altijd in beweging, niemand staat er stil, behalve ik dan. Al vijftien minuten inmiddels.

Twintig.

Na een half uur wegdromen besloot ik om een medewerker aan te spreken.

‘Sorry dat ik u even in de Apple store,’ zei ik – niet vies van een maandags woordgrapje – ‘maar ik wacht nu al ruim een half uur op mijn gerepareerde laptop.’

Op hetzelfde moment schoof een blauwe polo tegenover me aan. ‘Tafel drie. Meneer Willemsen. Dank voor het wachten.’ Hij schudde me de hand. Dat was vriendelijk, maar het had niet gehoeven. Hij legde mijn laptop, die het weekend bij Apple uit logeren was geweest, op tafel.

‘Alles is gefikst en u kunt hem weer volledig usen,’ zei de jongen hip.
‘Thanks,’ antwoordde ik per ongeluk.