‘Probeer het anders als een zakje chips’, hielp ik haar.

Scheveningen

Susan had een stok kaarten meegenomen. Ze wilde strippokeren, maar we wisten beiden niet hoe dat spelletje ging, daarom verzonnen we dat wie de hoogste kaart van de stapel pakte, een kledingstuk moest uittrekken. Zo zaten we binnen de kortste keren naakt tegenover elkaar.
Het moest en zou in een hotel in Scheveningen gebeuren. Een cliché, maar clichés waren er niet voor niets, wist Susan. Thuis had ik mijn schaamhaar vakkundig bijgeknipt en mijn voeten gewassen. Ik wilde niets aan het toeval overlaten. We planden onze ontmaagding zoals mensen hun bruiloft.

‘Is het niet slimmer om een condoom te pakken?'
’Ja, een condoom’, fluisterde ik, ‘misschien is dat wel slimmer. Ze zitten in mijn portemonnee’.
Ik ging voorzichtig uit haar.
‘Is er al vocht naar boven gekomen?’, vroeg ze.
‘Ik denk het niet’, antwoordde ik nadat ik vlug een onschuldige zin had bedacht, ’mijn spermacellen zitten allemaal nog in de wachtkamer van mijn scrotum, vast ook een spelletje kaart te spelen’.

Susan lachte. Ze was opgelucht dat het geen zeer deed toen ik in haar ging. Het had haar gerustgesteld, en mij ook, ook al voelde ik me een onbeholpen walrus toen ik op haar lag. Ik wist absoluut niet waar ik mijn armen moest houden dus ik hield ze als een schansspringer naast mijn lichaam.
Terwijl Susan in mijn broek naast het bed naar een condoom graaide, gleed ik met mijn hand over de werveltjes van haar rug. Het was een prachtig berglandschap. Ieder heuveltje was wonderlijk. Voor ieder heuveltje wilde ik later gaan zorgen.

Ze kwam overeind en hield het gekartelde vierkantje voor haar neus. Daarna draaide ze het een aantal keer om en rook er voorzichtig aan.
‘Is dit diegene met smaak?’, vroeg ze.
‘Nee’, zei ik, ‘dat is de rode. De rode, die is met kersensmaak’.
‘Zal ik hem bij je omdoen?’.
Ik knikte en schoof twee kussens van het hotelbed onder mijn hoofd. Zo kon ik haar goed gadeslaan; ik wilde er niets van missen.
‘Nou, daar gaan we’, zei Susan.

Ze maakte er een spel van. Susan maakte altijd overal een spel van. Ze legde het condoom op bed en begon me vlak boven mijn voeten te kussen. Dat voelde vervelend. Al op jonge leeftijd haatte ik mijn voeten. Ik vond ze zo lelijk dat ik destijds zondaars uit oude Arabische films benijdde bij wie de voet er na een diefstal genadeloos werd afgehakt - op de dag dat ik haren op mijn tenen ontdekte verwondde ik mezelf met mijn vaders scheermesje.
Susan kuste me tot aan mijn bovenbenen. Daarna hield ze op. Ze ging op haar knieën zitten en probeerde het condoom uit te pakken. Dat verliep moeizaam.
‘Probeer het anders als een zakje chips’, hielp ik haar. 'Zo'n kleintje, paprika of zo'.
Het lukte.
Ze bewonderde het rubbertje en hield hem tussen haar duim en wijsvinger.
‘Het ruikt’, zei ze.
’Ja’, blufte ik, ‘dat doet het altijd’. Ook ik had nog nooit een condoom geroken.
‘Ik las dat sommige vrouwen het met hun mond kunnen’, zei ze terwijl ze met haar linkerhand mijn lid voorzichtig kneedde. Ze keek me vragend aan. De ring om haar wijsvinger voelde koud, als een zweertje.
‘Even kijken. Dan moet dit de bovenkant zijn. Of heb ik hem nu binnenstebuiten?’.
‘Volgens mij moet ie andersom’, gokte ik.
We waren als twee toeristen die in een vreemde stad met hun papieren plattegrond stonden te draaien. Maar net als zij hadden ook wij de oplossing in handen.

Susan rolde het condoom in één beweging af. Ze glimlachte om de plotselinge eenvoud.
Verbaasd bekeek ik mijn penis, alsof ie op het punt stond om een bank te overvallen.
‘Ik wil bovenop’, fluisterde Susan opgewonden.
Dat vond ik een prettig idee; ik wilde me geen walrus of schansspringer meer voelen.
Ze hurkte en liet me met een behoedzaam kreuntje in haar glijden. Ik had zoiets nog nooit uit haar horen komen. Het was het mooiste kreuntje dat ik me kon voorstellen - waar kreuntjes precies vandaan komen is moeilijk uit te leggen. Van de mensen die dat geprobeerd hebben is nooit meer iets vernomen.

Susan keek me doordringend aan.
‘Is het lekker?’, vroeg ze
‘Ja’, zei ik. ‘Wel iets stroever’.
Ze was bezig met verkennen. En ik ook. Elke gebeurtenis was nieuw, maar we kregen er handigheid in. We waren inmiddels gepromoveerd tot toeristen die al een paar dagen in de stad verbleven en enkele herkenningspunten rijker waren.
Susan boog voorover. Ze kuste me. Ik rook een vleug van haar uitgewerkte deodorant.
‘En nu? Nog steeds lekker?’.
Ik knikte en raakte haar borsten aan. Waarom wist ik niet, maar in films kon het nooit kwaad.
Haar lichaam golfde op en neer. Susan bleef me doordringend aankijken. In mijn blik zocht ze de bevestiging dat alles goed ging. Ze zuchtte steeds harder.
Buiten lag de Scheveningse pier als een fallussymbool in een klotsende zee.

‘Net als paardrijden hè’, grapte ze geconcentreerd.
Misschien dacht ze aan haar paard, aan Roefie. Ik dacht aan bakstenen, en aan de vale huiskamers van alleenstaande bejaarden om niet al te snel klaar te komen. Dat mislukte.

 

 

uit de serie: Olivier Onderstreept

 

 

Twitter facebook