Met zijn klaar-overbord sloeg hij daarna in op de mensenmassa..

Scepter

Vlak na middernacht stapte Toon uit bed om te controleren of hij het fluitje op de keukentafel had klaargelegd. En natuurlijk lag deze daar, zoals zijn vrouw al geeuwend beweerde. Toon ging op de rand van het bed zitten. Met een zucht bekeek hij de wekker. ‘Nog vijf uur’.
Het licht bleef aan die nacht. Toon was bang om in slaap te vallen. Daarom staarde hij naar het plafond. Met zijn handen op zijn buik gevouwen keek hij urenlang omhoog. Hij had alle muggenkadavertjes geteld. Het waren er negentien; de afgelopen dagen had hij een slagveld aangericht.

Een week geleden had Antoon Leopold Mertens zijn fluit, een klaar-overbord, en een fluorescerend hesje in ontvangst mogen nemen. Deze ceremonie vond, zoals ieder jaar, ’s ochtends plaats in de overvolle taveerne van dorpswaard Geurt. Het bier vloeide er al rijkelijk. Toon ontving daarnaast een envelop met zijn locatie. Dit jaar had hij de hoofdprijs: het kruispunt bij de Markt van Zottegem. Die namiddag poseerde hij dan ook triomfantelijk voor de badkamerspiegel. Met de fluit in zijn mond, en het klaar-overbord, als een scepter, fier in zijn rechterhand. Het hesje trok hij strak over zijn bovenlijf. De uitmonstering zat hem wederom als gegoten.
Eens per jaar is Antoon Leopold Mertens “Signaalgever” tijdens het professionele wielercriterium in de regio Zottegem. Het is veruit de mooiste dag van zijn jaar.

Op een moment van onachtzaamheid, juist na het tellen van de spatjes bloed op het plafond, was Toon alsnog ingedut. Het zijn die momenten waarop de slaap genadeloos toeslaat. Maar nog voor de wekker afging schrok Toon alweer wakker. Hij veerde op uit een korte droom die aanvoelde als een lange nachtmerrie: hij stond op de markt, maar hij droeg zijn hesje verkeerd om. Niemand nam hem serieus. Mensen lachten. De burgemeester schudde misprijzend het hoofd. Met zijn klaar-overbord sloeg hij daarna in op de mensenmassa. Hij verpletterde hen als muggen.
Toon aarzelde geen moment. Hij kwam onmiddellijk uit bed en kleedde zich aan. Een uur later slofte zijn vrouw de keuken in, gealarmeerd door de wekker die Toon op de hoogste volumestand had ingesteld. Aan de keukentafel zat haar man al klaar, keurig in de houding, als een militair die op een onaangekondigd, nachtelijk appel in het gareel dient te verschijnen. Zijn hesje glom. Evenals het klaar-overbord; Toon had hem gisteren met allesreiniger opgewreven tot ie zichzelf erin kon zien.
Om acht uur precies verliet hij het huis. Zijn vrouw zwaaide hem in haar pyjama uit. Haar borst zwol van trots. Daar ging haar Antoon, haar Bruce Willis, op weg om de wereld te redden. Daarna viel ze weer in slaap, op zijn bedhelft.

Op het marktplein was die ochtend nog niemand te bekennen. Onderweg was Toon al wel wat collega signaalgevers gepasseerd. Ze zaten klaar op hun klapstoel. ‘Ruim baan voor de koning’, werd er geroepen. Iedereen wenste hem, niet gespeend wat jaloezie, veel succes op de markt.
De drie passagetijden van het peloton wielrenners had Toon de afgelopen week goed uit zijn hoofd geleerd: vier over half twaalf, tien over twee en exact half vijf. De tijden zongen als een mantra door zijn hoofd. Fouten kon hij zich niet permitteren. Zeker niet op de drukbezochte markt, daar waar de burgemeester zou staan.
Hij nam zijn plaats in op het kruispunt. Vanaf zijn troon, zijn klapstoel, sloeg hij waakzaam gade hoe de meute dorpsbewoners zich gestaag rondom de wegen van de markt verzamelde. Ook had hij uitzicht over een overdekte huifwagen die tot tribune was omgebouwd. Daarop zaten de VIPS, de dorpsnotabelen. Ze dronken champagne. Toon wist dat zij belangrijk waren, absoluut, maar hij was het die de lakens uitdeelde. Hij zwaaide vandaag met zijn scepter over de markt van Zottegem; Toon was koning voor een dag.
Om elf uur arriveerde de burgemeester. Die stak meteen zijn duim omhoog naar hem. Toon straalde van geluk. Dit had zijn vrouw moeten zien. Hij waande zich boven de wereld.

Luttele minuten voor de allereerste passage van de renners greep Toon verslagen naar zijn borst. Hij sloeg daarna driftig op zijn broekzakken. Niets. Plotseling voelde hij hoe zijn bloed in een verstikkend tempo beslag nam van zijn hoofd. Het was alsof er verfbommen onder zijn wangen ontploften. Hij stond aan de grond genageld.
Toon keek paniekerig naar de markt en het kruispunt. Het was een wanorde. Overal krioelden mensen. In de verte hoorde hij de claxonnerende auto’s al naderen. Motoren die haastig optrokken: het peloton kwam er met een verwoestende noodvaart aan. In het zicht van de vaste camera's. In het zicht van de burgemeester. Toon sprong op. Hij probeerde de mensenmenigte aan de kant te schreeuwen. Hij zwaaide met zijn klaar-overbord, maar hij was hopeloos te laat.
Om exact drie over half twaalf schrok zijn vrouw wakker. Ze droomde dat haar Antoon zijn fluit was vergeten. Halsoverkop struikelde ze de keuken in, en ze blies.

 

uit de serie: Olivier Onderstreept

 

 

Twitter facebook