![]() |
| ✓ Ik zette mijn kiezen op elkaar, kneep mijn billen samen... |
Plasangst De dokter kon me niet helpen. Voor problemen tussen mijn oren moest ik maar naar een geschikte therapeut gaan zei -ie. Maar ook de bekwame zielknijper faalde. Hij verwees me tenslotte door naar iemand die in contact stond met het hogere, hoewel het mij om het lágere ging. Ik vestigde mijn laatste hoop zodoende op een dame van in de vijftig die, aan haar woning te zien, een rendabel contact met het buitenaardse leek te onderhouden. "We zijn allemaal bijtjes", zei ze toen ik haar praktijk binnenstapte. Ze liet me bovenop een groot vloerkussen in haar praktijk zakken. Zelf ging ze in kleermakerszit tegenover me zitten. Toen begon ze te huilen, en dat hield eigenlijk niet meer op. Ik heb het eenmaal in mijn leven geprobeerd, dat 'openbaar urineren'. Op die avond bekroop me een moedig gevoel dat het eindelijk zou gaan lukken; het zevental biertjes in het dorpscafé sterkte me in deze overtuiging. Ik installeerde mijzelf in een trefzekere positie voor het urinoir zoals ik dat anderen dikwijls had zien doen, en ik opende mijn gulp. Een boomlange kerel naast me deed hetzelfde. Hij keek voldaan naar beneden alsof hij afscheid nam van een gast waar -ie een fijne tijd mee had gehad en wie hij spoedig weer zou zien. Ik was onder de indruk van het geluid van zijn straal in het bassin. ‘Kom op, nu jij’, moedigde ik mezelf aan. Ik deed er alles aan om mijn plas vanuit mijn tenen omhoog te persen. Ik zette mijn kiezen op elkaar, kneep mijn billen samen... maar tevergeefs. Onverrichter zaken ritste ik mijn gulp dicht. Om het falen te verhullen trok ik door. Sinds die beschamende vertoning vertoefde ik steevast voor het uitgaan een uur op mijn thuistoilet. Daar wrong ik mijn blaas tot op de laatste druppel uit. In het café hield ik mijn plas gedurig op tot alle aanwezigen in een korte tijdspanne hun behoefte hadden gedaan en ik ongestoord in het urinoir of, nog fijner, achter de gesloten deur mijn gang kon gaan - het risico dat die toiletruimte bezet was en ik de plasbak moest gebruiken, durfde ik niet te nemen. De reislustige moeder van een vriend raadde me aan om naar Canada te gaan, de Niagara watervallen. Deze zouden mijn plas opwekken, althans, dat was bij haar gebeurd zo gierde ze gillend van de lach. "Die gids wist niet meer hoe -ie het had toen ik daar in die kring hurkte". Wanneer ook ik daar temidden van die toeristen kon urineren, zou mijn probleem volgens haar tot het verleden behoren. Maar mijn vader vond ook Canada niet te betalen, dus werd het Duinrell, en dat werd geen succes. Ik heb me een poos bij de luid stromende monding van een kinderglijbaan opgehouden, maar juist toen ik aandrang meende te voelen werd ik door drie badmeesters het bad uitgezet omdat ze meenden dat ik mijn lid aan minderjarige meisjes etaleerde. Zo heb ik twee jaar lang mijn plas achter de gesloten deuren gedaan. Tot in die zomer van 1993. Toen veranderde alles. Deze grote kentering vond plaats in het holst van een nacht waar ik, volgens de politie, met drie kameraden op heterdaad werd betrapt tijdens het wildplassen tegen een of andere heilige eik op ons dorpsplein. Ik heb het voorval aangevochten en er volgde een reconstructie op die voor mij inmiddels legendarische plek. Er kwamen zelfs mensen van de regionale pers opdagen voor deze ongewone zaak. Ik beweerde namelijk, en dat was ook zo, niet wildgeplast te hebben. Ik had het die dronkenmansnacht wel geprobeerd, absoluut, maar in tegenstelling tot mijn kameraden naast mij, lukte het natuurlijk niet. Tijdens de reconstructie en plein publique voltrok zich echter een wonder: ik kreeg het ondanks de spanning, de agenten en persfotografen om me heen, stomweg voor elkaar om te urineren! En hoewel ik daarmee voor de politie onmiskenbaar mijn schuld bewees, stond ik de volgende dag letterlijk en figuurlijk stralend op de voorpagina van de plaatselijke courant: ik was niet alleen beroemd in het dorp, ik was wonderbaarlijk genezen.
|


