![]() |
| ✓ Ik begreep waarom baby's met waterhoofden uit vrouwen komen |
Neusgaten en nibbit's Op televisie werd een kind geboren. De cameraploeg zat er bovenop. Met een volle zak nibbits op mijn buik bekeek ik deze uitzending op het Discovery-kanaal. Het programma stond in het teken van bevallingen, en ik verwonderde me voortdurend over de buitengewone, energieke rek van het menselijk lichaam. Ik had het namelijk niet eerder van zo dichtbij meegemaakt; de laatste keer dat ik getuige was van een bevalling speelde ik zelf de hoofdrol. De volgende ochtend wandelde ik met een nieuwe zak nibbits de toiletruimte van de universiteit binnen om me te ontdoen van het slib dat mijn neushaar, het hoogpolige tapijt van mijn reukorgaan, dagelijks uit de atmosfeer destilleert. Twee lege neusgaten waren essentieel voor mijn aanstaande experiment. Om mijn privacy tijdens het peuteren te garanderen, sloot ik mezelf op. Ik ging zitten op de pot en keek naar een deur waarin studenten idealistische teksten hadden gegraveerd. Ook was er met een merkstift meermalen de liefde aan een meisje verklaard. Wellicht waren beide idealen inmiddels vervlogen. Hoe dan ook, mijn neus moest leeg - een eenvoudiger doel is er nauwelijks. Lieve moeder, Met een fietssleutel kraste ik de tekst tussen de overige leuzen op de wc-deur. Voor de vorm trok ik daarna door. Ik verliet het toilet en betrok een leegstaand klaslokaal, ergens bovenin het universiteitsgebouw, als laboratorium. De deur ging op slot; ik wilde absoluut niet gestoord worden. Na flink wat pas- en meetwerk, “Wilt u allemaal naar voren doorlopen alstublieft”, zaten beide gaten stampvol. De energieke rek van mijn snufferd viel me onmiddellijk op. Ik begreep nu beter waarom baby's met waterhoofden uit vrouwen kunnen komen; moeder natuur heeft niets aan het toeval overgelaten. Voordat ik een hoogleraar ging aanspreken liep ik het toilet binnen. Ik wilde mezelf even in de spiegel bekijken. Het was een krankzinnig maar toch ook vrolijk gezicht, die drieëntwintig kleurrijke nibbits in mijn neusgaten. Ik leek wel een vogelverschrikker. Ik werd almaar benieuwder naar wat de professoren ervan zouden vinden. Enthousiast rende ik door de smalle gangen van het universiteitsgebouw. Keuvelende groepjes studenten keken me stomverbaasd na. En wat er toen gebeurde, dat zal ik nooit van mijn leven meer vergeten. In mijn staat van euforie had ik namelijk totaal geen oog voor de zojuist gedweilde doorgang naar de professorenkamer. Ik gleed uit, struikelde over mijn benen, en kukelde recht voorover. Met een onhandige, harde smak kwam ik op mijn snoet terecht. De drieëntwintig nibbits schoten linea recta langs het punt waarbij je een kaartje dient te sturen, en ze verdwenen mijn voorhoofd in. Weg waren ze. Tien minuten later, na het stelpen van mijn bloedneus op het toilet, besloot ik alsnog naar een professor te gaan: een die zich bezighoudt met het menselijk brein, en hoe men daarin gebruik kan maken van ingenieuze chips.
uit de serie: Olivier Onderstreept |


