Ik ben geen man die rent voor vliegtuigen

 

Het muisje in de fluitketel

We vonden het opvallend dat onze fluitketel sinds een paar dagen zo'n vreemd geluid maakte; een schreiend en zeurderig gepiep. Ook merkten we dat het waterkoken veel vlugger leek te gaan dan normaal. De ketel liet na een krap minuutje al van zich horen. Bij het uitschenken bleek het theewater nog niet eens lauwwarm te zijn. Het begon ons toen te dagen dat het water haar kookpunt nimmer had bereikt: de ketel moest ons listig hebben voorgelogen. 
Nu was het ons bekend dat fluitketels geen listen kunnen verzinnen. Het zou van de wereld een oncontroleerbaar geheel maken wanneer objecten met de waarheid aan de haal zouden gaan. 'Stel je voor dat stoplichten opeens besluiten om poetsen te gaan bakken', zeiden wij tegen elkaar.
Neen, er moest iets anders aan de hand zijn. Iets vreemds. Iets wonderlijks.

Na de zoveelste kop lauwe thee, die steeds muffer begon te smaken, was de maat vol. We slopen onderzoekend de keuken in en bogen ons over het fornuis. De theepot werd onderzocht, grondig, als een patiënt met vage klachten. Maar we vonden niets. Eventjes dachten we voor een onoplosbaar raadsel te staan, maar de waarheid liet niet lang daarna op zich wachten, sterker nog: de waarheid wenkte ons. Want terwijl wij daar gebukt voor ons gasfornuis stonden, verscheen er een schriel voorpootje uit de tuit van de fluitketel. Eerst een nageltje, toen een kootje, en daarna een piepklein grijs vingertje. We stonden perplex. Het pootje gebaarde ongeduldig heen en weer als een drenkeling die te water is geraakt.
We begrepen onmiddellijk wat er gaande was: een nieuwsgierig muisje moest pardoes in onze fluitketel zijn gekukeld, en het ventje kon er op eigen kracht niet meer uitklauteren. De arme drommel! We begrepen dat er geen seconde te verliezen viel. Snel gingen we over tot actie.
'Houd moed!', brulden we in de tuit. Het geluid loeide door de ketel. We zagen het muisje twee vingers in zijn oren stoppen. Hij watertrappelde en keek enigszins verontwaardigd naar ons omhoog. 'Sorry muisje', excuseerden we.

Zijn familie maakte zich ongetwijfeld doodongerust. Het muisje moest daarom snel op het droge worden getrokken. We namen een luciferdoosje en een tube secondenlijm uit de keukenlade. Hiermee vervaardigden we haastig een krakkemikkig maar solide laddertje. We lieten het laddertje langzaam in de tuit van de fluitketel zakken.
Niet lang daarna waren we de trotse getuigen van hoe een doorweekt muisje uit onze fluitketel klauterde. Eenmaal bovenaan de ladder schudde hij zich als een hondje uit, en nieste -ie tweemaal flink. 'Hitsji', nieste de muis, in plaats van 'hatsjoe'. Er zat kennelijk veel water in zijn neus. 
Het muisje knikte dankbaar naar ons. Daarna schoot ie weg in de spelonken van onze keuken. Het had zonder twijfel een mooi verhaal voor thuis. Net als wij.

 

 

 

 

Twitter facebook