Het horloge

Mijn broertje vond vorig jaar een polshorloge achter een loszittende plint in zijn nieuwe huis in Wenen. Ik weet het, dit doet allemaal nogal Amèliepoulain-achtig aan, maar het is waargebeurd. Omdat hij met de vorige bewoners geen contact kon krijgen, besloot hij het horloge een jaar te bewaren. Afgelopen Kerst vertelde hij erover en nu had hij het uurwerk mee naar mijn ouders genomen.

Vanmiddag stond de dorpsarts aan de voordeur. Mijn vader had hem op de tennisclub over het mysterieuze horloge verteld en de inmiddels gepensioneerde dokter, tevens fervent hobbyhorlogist, was bereid nog eenmaal in zijn leven een consult aan huis af te nemen.

Het horloge lag klaar op de eetkamertafel. De dokter ging zitten, schoof zijn stoel rustig aan en zette zijn bril op het puntje van zijn neus. De familie had zich rondom de tafel verzameld. De spanning steeg. Wat zou het gaan worden? Tienduizend? Dertigduizend? Mijn broertje rekende zich rijk.

De dokter onderzocht en humde, zoals dokters onderzoeken en hummen. Het horloge was van het merk Philippe Patek. De Rolls Royce onder de horloges. Nauwkeurig als een atoomklok en een waarmee je gezien mag worden als je op theevisite bij de koningin van Engeland bent uitgenodigd.

Na drie minuten wipte de dokter zijn bril terug op zijn neus en bracht ons het slechte nieuws: ‘Helaas, het is een replica.’ De Caribische speedboot met joelende bikinimeisjes op het dek in het hoofd van mijn broertje veranderde eensklaps in een slappe opblaasboot met onze tante Joke in de Maas bij Luik.

‘Ik neem het mee en dan maak ik het horloge thuis voor de zekerheid nog wel even open,’ zei de dokter die zich er volgens mijn broertje verdacht snel mee uit de voeten maakte. Toen hij was verdwenen zei mijn moeder ‘Zo, wie lust er een kroketje?’