Bewoner

Een fietstocht door de Duitse bossen voerde me langs mijn geboortehuis. Tot mijn twaalfde woonde ik daar.

Een jonge huisvader deed open.
‘Ja?’
‘Dag meneer, mijn naam is Olivier Willemsen. Ik heb hier vroeger gewoond.’
‘Ja, nou en?’

Die zag ik niet aankomen. Beteuterd staarde ik naar de blauwe deuren en kozijnen die ik me donkergroen herinnerde.

‘Haha, nee joh, grapje hoor,’ doorbrak de man de beteutering. ‘Je wilt even binnen kijken? Kom maar verder.’

Ik stapte over de drempel. De jaren tachtig in. Ik dacht aan de deur waar de kinderen in de mini-playbackshow doorheen gingen om er aan de andere kant als Michael Jackson in een rookwolk en met een veel te grote microfoon in de handen weer uit te komen.

Toen de rondleiding was afgelopen en ik weer op mijn fiets stapte, riep ik: ‘Haha, ik heb hier helemaal niet gewoond!’

Nu was het de huisvader die beteuterd keek. Het voelde nog altijd als míjn huis, dus ik bepaalde hier wel even wie er de grappigste was. Met een zwaai fietste ik terug de eenentwintigste eeuw in.