De disco van San Fransisco
We zouden door de regen lopen, dat voelde zo lekker vreemd. We hadden het idee in handen als het recept voor een lekkere maaltijd. Nu nog koken.
We zouden altijd zoveel. Maar zoveel, kost tijd.
'We moeten wel ergens naartoe', zei ik. Ik kan het namelijk niet: nergens naartoe lopen. Vaak geprobeerd, maar telkens verloren. Wie nergens naartoe loopt keert altijd ergens terug. Dat besef schept een doel.
'Wees niet bang, mijn lief', zei je.
Je stem streelde me, als zo vaak.
'Wij gaan ergens naartoe. Ik weet zelfs al waarheen.'
Je trok je jas aan.
'Wij lopen naar een disco in San Francisco', zei je zonder te lachen.
Een disco in... ja: dat vond ik een fijn idee.
'Het is wel wat ver', sprak ik berekenend, 'wacht, dan trek ik een paar andere schoenen aan'.
Doch voor ik die kans kreeg pakte je mijn arm. De deur uit. Met bakken kwam het uit de hemel. Zorgeloos hapten we naar het water. We liepen door de regen.
Toen over een brug; onze eerste op weg naar een disco in San Francisco.
We zeiden niet veel, maar genoeg. Genoeg zeggen is niet zo eenvoudig.
Opeens pakte je mijn hand.
Dat vond ik vreselijk.
Ik kan het niet: hand in hand lopen.
Ik ben alleen maar bezig met het idee dat je ooit weer los laat.
En je liet los.
Het deed me beseffen dat we zeiknat werden.
We zouden samen door de regen lopen. Maar het lukte niet. Het voelde niet lekker vreemd.
We zochten naar iets dat we allang hadden gevonden.
Iets, dat zich voor onze ogen afspeelde.
We keken veel te ver.
In de verte, ja daar ergens, daar zou het moeten liggen: het mooie San Francisco. 'En dan de disco nog vinden', zeiden we tegen elkaar.
Het gaat niet om het doel, maar om de weg ernaar toe.
Mannen met grijze baarden. Je hoort het ze zeggen.
Maak dit jezelf maar wijs wanneer je door de regen loopt, op weg naar een disco in San Francisco.
Alleen zij die nergens naartoe lopen kunnen hand in hand door de regen gaan.
|